Vertalen: een Vak

“Vertalen is meer dan alleen een ambacht. Vertalen is ook een kunst.”

Veel mensen denken dat vertalen alleen een kwestie is van twee talen goed beheersen. Zo eenvoudig is het echter allerminst. Er komt veel meer bij kijken.

Een tekst komt natuurlijk het beste tot zijn recht in de taal waarin hij gedacht is. Een vertaler heeft niet alleen tot taak de tekst om te zetten in een andere taal, hij moet er ook nog eens voor zorgen dat de vertaling niet, of althans zo weinig mogelijk, onderdoet voor het origineel. Daar is meer voor nodig dan talenkennis alleen. Het vergt in de eerste plaats een zeer hoge mate van tekstbegrip, die veel verder reikt dan alleen in de gaten hebben wat er staat. Even belangrijk zijn vragen als: waarom staat het er zó en niet anders, wat staat er niet... Met andere woorden, je moet goed tussen de regels door kunnen lezen, je in de schrijver kunnen verplaatsen en je bewust zijn van alle keuzes die door laatstgenoemde zijn gemaakt. Immers, het is uiteindelijk de achterliggende gedachte die telt!

Vervolgens moet je, gewapend met al die inzichten, de tekst gaan omzetten naar een andere taal. In de meeste gevallen zal dat je moedertaal zijn. Dat lijkt eenvoudig, maar dat is het niet. Om dit goed te kunnen moet je de taal in kwestie werkelijk tot in de puntjes beheersen, op een niveau dat veel hoger ligt dan dat van de gemiddelde moedertaalspreker. Je moet de taal als een ware virtuoos volledig naar je hand kunnen zetten, je bewust zijn van alle verschillende manieren om hetzelfde te zeggen en in staat zijn steeds de manier te kiezen die het beste bij het origineel past. Er zijn allerlei factoren in het spel die de keuze soms erg moeilijk maken.

Ten eerste moet je ervan uitgaan dat de schrijver van de brontekst vanuit zijn eigen cultuur denkt en werkt. Om daar de vinger op te kunnen leggen, moet je niet alleen de taal, maar ook de cultuur in kwestie door en door kennen en begrijpen. Je moet kunnen aanvoelen wat voor effect een bepaalde manier van schrijven bedoeld of onbedoeld op de oorspronkelijke doelgroep heeft, en in staat zijn zodanig te formuleren dat de uitwerking op je eigen doelgroep vergelijkbaar is.

Ten tweede heb je te maken met de talen zelf. Elke taal heeft zijn eigen mogelijkheden, beperkingen en manieren om met die beperkingen om te gaan. Zo heeft het Pools bijvoorbeeld geen lidwoorden, waardoor je de vraag of rower als “de fiets” of “een fiets” moet vertalen, alleen uit de context kunt halen. Aan de andere kant heeft het Pools wel naamvallen en geslachten, zodat je aan een woord precies kunt zien wat voor functie het in de zin vervult en ook welke woorden er bij elkaar horen. Daardoor is het Pools veel beter dan het Nederlands in staat heel veel informatie in één zin te proppen, terwijl het Nederlands het in vergelijkbare gevallen vaak moet hebben van bijzinnen. Dergelijke verschillen tussen talen leiden tot heel verschillende manieren van formuleren. Een goede vertaler moet zich van deze verschillen bewust zijn. Het resultaat zou ongeveer hetzelfde moeten zijn als wanneer het een vertaling uit het Duits, het Grieks of het Japans was geweest.

Afstand bewaren tot het origineel

Net als in het verkeer is het bij vertalen van belang afstand te houden. Zelfs ervaren vertalers hebben hier vaak moeite mee. Natuurlijk wil je je best doen om zo weinig mogelijk informatie uit de brontekst verloren te laten gaan. Maar dat kan er gemakkelijk te leiden dat je te dicht op de brontekst blijft zitten en daaardoor veel te letterlijk gaat vertalen. Het gevolg is een vreselijk houterig soort tekst, die grammaticaal nog wel door de beugel kan, maar door geen native speaker ooit op die manier geschreven zou zijn. Ik heb al heel wat vertalingen uit het Pools gezien die bol stonden van de Poolse constructies en voor het geoefende oog dan ook direct herkenbaar waren als vertalingen uit het Pools. Een taal is meer dan alleen woorden en grammatica: ook de stijl, de geest en de intentie van een tekst moeten worden overgebracht. Daarbij heb je ook te maken met idioom: plat gezegd, de manier waarop mensen zich uitdrukken. Idioom is zowel taal- als persoonsgebonden. Om daar de vinger op te leggen, moet je je niet alleen in de tekst verdiepen, maar ook proberen je te verplaatsen in de schrijver. De centrale vraag is steeds: hoe zou deze persoon het geschreven hebben als het een Nederlander was geweest?

Je vertaalt dus niet woord-voor-woord, maar gaat eerst een stap terug: je laat de betekenis van een zin goed op je inwerken, verplaatst je vervolgens in een hypothetische Nederlandse tegenhanger van de persoon die aan het woord is, vergeet het Pools en zegt het dan in je eigen woorden. En kijkt dan achteraf nog eens of je het goed hebt gedaan. In het gunstigste geval lees je de hele vertaling nog eens een keer goed door na een nachtje slapen, want er zijn altijd wel zaken die beter kunnen. Té letterlijk vertalen is een enorme valkuil waar je als vertaler maar al te gemakkelijk in tuimelt.

Als hulpmiddeltje kan je eventueel het volgende doen: stel je voor, dat de Poolse tekst die je vertaalt zelf al een vertaling is uit het Nederlands, en probeer het Nederlandse “origineel” te reconstrueren. Hoe het ook zij, wees creatief en verplaats je steeds in degene die je tekst moet lezen. Bedenk ook, dat elke Nederlandse uitdrukking een vertaling moet kunnen zijn van iets Pools. Er moet dus ook iets in het Pools bestaan, dat in het Nederlands zou worden vertaald als “je de pleuris werken”, “je het apezuur schrikken”, en ga zo maar door.

Woorden

Wie een taal niet als moedertaal heeft geleerd, heeft voor ieder woord een vertaling in zijn hoofd zitten die ooit uit een leerboek of woordenboek afkomstig moet zijn geweest. De verhouding tussen die twee woorden is echter zelden één-op-één; niet ieder woord is zo gemakkelijk te vertalen als het woord “fiets”! Afhankelijk van de context kunnen woorden meerdere betekenissen hebben. Soms, zoals in het geval van obchodzić, dat zowel “rondlopen”, “aangaan” en “vieren” kan betekenen, is dat gewoon een kwestie van homoniemen. Vaak is het echter ook zo dat de semantische velden die door een Pools woord worden gedekt, vaak niet helemaal samenvallen met hun Nederlandse equivalenten.

Een voorbeeld is het Nederlandse woord “naam”, dat soms wel, maar soms ook niet als nazwa kan worden vertaald. Het Pools heeft geen woord voor voor- en achternaam samen, zodat je op formulieren dikwijls de zinsnede imię i nazwisko tegenkomt. Je kunt dit heel correct vertalen als “voor- en achternaam”, maar in de meeste gevallen zal op vergelijkbare formulieren in het Nederlands eerder “naam” worden gebruikt. Het Poolse nazwa heeft dan weer specifiek betrekking op een bedrijfsnaam.

Een ander veelvoorkomend voorbeeld is het Poolse woord oraz, dat heel vaak vertaald wordt als “alsmede” of “alsook”. Dat is ook volkomen correct. Alleen staan formelere Poolse teksten vaak bol van dit woord, veel meer dan in het Nederlands gebruikelijk is. De tekst wordt er stijf en houterig van. In de meeste gevallen kun je oraz dan ook het prima vertalen als “en”. Precies hetzelfde geldt ook voor het woord osoba, dat weliswaar “persoon” betekent, maar in veel gevallen anders moet worden vertaald. In een zin als: Ze mną pracowały jeszcze dwie osoby kan men in plaats van de letterlijke vertaling (“Met mij werkten nog twee personen”) afhankelijk van de context beter zoiets schrijven als: “Behalve ikzelf werkten er nog twee mensen” of "Ik werkte samen met twee anderen". Gewoon omdat het beter klinkt.

Grammaticale constructies

De zin Prosimy o przywiezienie jedzenia i picia betekent letterlijk: “Wij vragen om het meebrengen van eten en drinken”. Dikwijls wordt zoiets dan ook vertaald als: „U wordt verzocht eten en drinken mee te brengen”. Op zich is daar niets mis mee, behalve één ding: het Nederlandse woord “verzoeken” is plechtiger dan het Poolse woord prosić, dat te pas en te onpas wordt gebruikt. Als het bijvoorbeeld om een bedrijfsuitje gaat, zou een Nederlander veel eerder hebben geschreven: “Neem vooral [iets te] eten en [te] drinken mee.” Toegegeven, het “wij verzoeken” gaat dan verloren, maar doet dat er iets toe? Als je door Polen rijdt, zul je ook voortdurend bordjes met sprzedam (letterlijk: “ik zal verkopen”) tegenkomen, waar op Nederlandse bordjes gewoon “te koop” had gestaan.

Ook gebruikt het Pools heel vaak tegenwoordige deelwoorden en gesubstantiveerde werkwoorden. Zo zag ik de zin Istnieje możliwość uzgodnienia warunków eens vertaald als: “Er bestaat een mogelijkheid tot het overeenkomen van de voorwaarden”. Dergelijke constructies komen in het Pools veel voor, maar dat is natuurlijk geen reden om dat in het Nederlands dus ook te doen. Je kunt er ook van maken: “De voorwaarden kunnen worden overeengekomen”. Dat is korter, leesbaarder en vooral Nederlandser. Iets vergelijkbaars zie ik ook heel vaak in constructies als: W przypadku pomyślnego wykonania prac. Vertaal dat niet als “In het geval van een succesvolle uitvoering van de werkzaamheden”, maar schrijf liever: “Als de werkzaamheden met succes zijn afgerond” of iets dergelijks.

Een bijzonder probleem wordt veroorzaakt door het feit dat in het Pools bijvoeglijke naamwoorden, sommige werkwoordsvormen en het Poolse equivalent van het persoonlijk voornaamwoord “u” zowel mannelijke als vrouwelijke vormen hebben, waardoor altijd onmiddellijk te zien is of deze betrekking hebben op een man of een vrouw. Nu zijn er natuurlijk allerlei soorten teksten die gericht zijn tot een willekeurige persoon dan wel een persoon van wie het geslacht dus niet op voorhand bekend is, zodat genderspecifieke woorden hier dus niet kunnen worden gebruikt. Het Pools vangt dit op door in dergelijke teksten veelvuldig gebruik te maken van onpersoonlijke constructies, passieve vormen en dergelijke. Een zin als: “Indien u het met deze beslissing niet eens bent, hebt u twee weken de tijd om bezwaar aan te tekenen” zal dus, letterlijk vertaald, eerder zoiets zijn als "In geval van het niet eens zijn met deze beslissing, wordt het recht genoten tot..." De vertaler moet zich ervan bewust zijn dat dergelijke constructies niet per se uitingen van een overdreven formele stijl, maar regelsrecht zijn terug te voeren op de beperkingen van het Pools.

Aan de andere kant is het dus ook onmogelijk de zin “Ik zou graag willen weten waar jij gisteren bent geweest” naar het Pools te vertalen zonder het geslacht van de beide gesprekspartners te kennen.

Interpunctie

Leestekens zijn in de praktijk heel vaak een ondergeschoven kindje en het feit dat ook originele documenten hier slordig mee omgaan, maakt het er niet eenvoudiger op. In tegenstelling tot het Nederlands zijn de Poolse interpunctieregels onderdeel van de officiële spelling en een verkeerd geplaatste komma wordt dus beschouwd als een spelfout. De Poolse regels op dit gebied zijn echter heel anders dan de Nederlandse en de Poolse interpunctie kan dus nooit zonder meer worden overgenomen. In correct Pools hoort voor elke bijzin een komma te staan. Neem je dat over in het Nederlands, dan krijgt je zoiets als: “Ik denk, dat de man, die daar een sigaret staat te roken, iets in de zin heeft, wat het daglicht niet verdraagt, en daarom voorkomen moet worden.” De vertaler heeft natuurlijk tot taak zich strikt aan de interpunctieregels van de doeltaal te houden, ook wanneer de brontekst zelf bol staat van de interpunctiefouten. Die neem je als vertaler immers evenmin over als spelfouten.

Ook heeft het Pools de neiging erg veel informatie in één zin te proppen door overvloedig met deelwoorden en bijzinnen te werken. Nederlandse zinnen kunnen heel goed lang en tegelerijktijd helder zijn, maar in de praktijk is het niet altijd eenvoudig een lange doch leesbare Poolse zin in één lange doch leesbare Nederlandse zin om te zetten. Soms verdient het aanbeveling de zin genadeloos in stukken te hakken.

Ten slotte is het in het Pools heel normaal dat meerdere hoofdzinnen achter elkaar worden geplakt, gescheiden door komma’s. Vaak wordt dat gedaan wanneer meerdere zinnen voortborduren op dezelfde gedachte: “Het Interslavisch is gebaseerd op de moderne Slavische talen, wij proberen het echter wel consistent te houden, daarom halen wij de woorden niet direct uit de moderne Slavische talen, in plaats daarvan reconstrueren wij de oervorm.” Op zich kan dat in het Nederlands ook wel, maar doen we het doorgaan alleen in bepaalde gevallen, zoals wanneer er sprake is van een duidelijke tegenstelling (“Jan zit altijd al om 7 uur op zijn werk, Henk komt altijd pas rond half tien”) of een anderssoortig heel sterk verband (“Het is lente, de vogeltjes zijn weer druk in de weer”, “Je mag in de stad geen 120 km/uur rijden, dat weet een kind”). In andere gevallen zul je echter eerder een punt of eventueel een puntkomma gebruiken.

Jan van Steenbergen, beëdigd tolk en vertaler Pools